Zonder industrietransitie is er geen energietransitie - Pumps & Valves NL

Zonder industrietransitie is er geen energietransitie

Mathijs Groenewegen: ”Voor waterstof is een belangrijke rol weggelegd om CO2-uitstoot te reduceren.”

De samenleving vraagt om meer energie maar eist ook dat die energie schoon, betaalbaar en betrouwbaar is. Wat bp betreft is dat precies de verantwoordelijkheid die zij willen nemen: betere energie voor mens en wereld. We spraken met Mathijs Groenewegen, Business Development Engineer bij de bp raffinaderij in Rotterdam, en spreker tijdens het online event “De infrastructuur van de chemiefabriek van de toekomst”.

Mathijs, wat houdt jouw werk bij bp in?
Mathijs: “Bij Business Development zijn we verantwoordelijk voor de lange termijnstrategie en daarnaast kijkt ons team als eerste naar de nieuwe projecten en projectvoorstellen. Binnen het strategiewerk valt ook het reduceren van de CO2- emissies en onze waterstofprojecten, zowel blauw als groen. Mijn persoonlijke drijfveer is het verzinnen van slimme technologieën en commercieel interessante oplossingen waarmee we deze vooralsnog dure projecten rendabel kunnen maken. Daarmee wil ik eraan bijdragen dat bedrijven zoals bp ook echt kunnen veranderen en kunnen overgaan tot investeringsbeslissingen in Rotterdam.

Hoe ziet bp de verduurzaming van de industrie d.m.v. waterstof?”.
Mathijs: “bp is op dit moment in een buitengewoon interessante positie. Het bedrijf komt langzamerhand uit een reorganisatie met een enorme impact op de mensen en de bedrijfsvoering. Die reorganisatie is ingezet na de aankondiging van bp’s strategieverandering in februari 2020, en duurzaamheid zit in het hart van onze nieuwe organisatie. In 2020 heeft bp aangekondigd dat ze in 2050 of eerder, een net zero bedrijf zal zijn, en de wereld zal helpen in de transformatie naar een klimaat-neutrale maatschappij. Het uitspreken van deze ambitie is gepaard gegaan met hele concrete doelstellingen voor 2030: meer investeringen in hernieuwbare energie, minder olie- en gasproductie, een CO2-emissiereductie van 30-35% van eigen operaties, en een aandeel van 10% in strategische waterstof markten. Op deze manier veranderen we onszelf van internationaal oliebedrijf in een geïntegreerd energiebedrijf.”

Welke rol heeft BP in de energietransitie naar waterstof?
Mathijs: “Waterstof is een van de energiedragers die in de kern ligt van onze transformatie. bp ziet dat er voor waterstof een belangrijke rol is weggelegd om CO2-uitstoot te reduceren bij verschillende toepassingen zoals in de industrie, transport, voor hoge-temperatuurprocessen en bij de productie van ammonia of synthetische brandstoffen. Onze activiteiten op dit vlak in Nederland en de rest van de wereld ondersteunen die visie en positioneren ons als een belangrijk onderdeel van de waterstof waardeketen.

“Voor de grootschalige inzet van waterstof zijn naast technologische innovaties ook aanpassingen aan de bestaande infrastructuur nodig. Rotterdam kan zich ontwikkelen tot een hub waar blauwe en groene waterstof wordt gemaakt, geïmporteerd, gebruikt en verhandeld.” Ruben Beens, CEO bp Nederland

H-vision is één van de projecten waarbij we zijn aangesloten in de haven van Rotterdam. Het doel van het project is het decarboniseren van de huidige energiesystemen van de raffinaderijen in de haven. De huidige brandstof, raffinaderijgas, komt vrij als een restproduct van het raffinageproces. Die gassen kunnen we met H-vision schoonmaken in een waterstofproductie-installatie. De CO2 wordt afgevangen, en de geproduceerde blauwe waterstof wordt terug in de raffinaderijen ingezet als een CO2-vrije brandstof.

In Nederland werken we ook aan groene waterstof. Het H2-Fifty project beoogt een 250 MW elektrolyser te bouwen op de Maasvlakte. Die elektrolyser zouden we volledig voeden met hernieuwbare elektriciteit om waterstof te produceren voor de bestaande raffinaderij. Daarnaast bereiden we ons met H2-Fifty ook voor om groene waterstof te kunnen leveren aan andere sectoren zoals zwaar wegtransport zodra die markt zich verder ontwikkelt. We denken dat er een grote rol voor groene waterstof is weggelegd in Europa, ook in Duitsland en Spanje hebben we gelijkaardige projecten aangekondigd.”

Waar willen we als industrie in 2030 staan? En specifiek BP?
Mathijs: Wat mij betreft is 2030 een belangrijke mijlpaal die moet dienen als graadmeter van de energietransitie, en bedrijven zullen daar een belangrijke rol te vervullen hebben. Voor veel industriële bedrijven is 2030 vrijwel overmorgen, met nog 1 of 2 onderhoudstops die voor die tijd plaatsvinden. Dat betekent enerzijds dat de ruimte voor ingrijpende verandering beperkt is en ook dat we sneller moeten handelen om verandering in gang te zetten. Er liggen heel veel plannen klaar om te gaan verduurzamen, maar het gebrek aan belangrijke randvoorwaarden maakt pijnlijk duidelijk dat we nog niet verder zijn gekomen dan de projectfase.

Op bepaalde plekken zal de impact al veel groter zijn, zoals lokale verbetering van de CO2-efficiëntie van bestaande processen. CO2-afvang en opslag (CCS) zal een belangrijke rol spelen voor 2030, en dat we als Nederland de mogelijkheid hebben om daarvan gebruik te maken moeten we wat mij betreft trots omarmen. Helaas zie ik niet dat enorme industriële elektrificatie of het gebruik van groene waterstof in hoogovens -om maar een dwarsstraat te noemen- op deze termijn al realiteit wordt. Laat staan dat die toepassingen een slim gebruik van de nog schaarse groene elektronen en/of waterstof zouden zijn.

“Er liggen nu heel veel waterstofplannen klaar voor uitvoering. Maar wanneer gaat de schop de grond in? Het moet echt sneller. Zeker gezien de beschikbare tijd tot 2030 denk ik dat er heel veel te doen is. Het is twee voor twaalf.” Ruben Beens, CEO bp Nederland

We moeten het dus over ambities en snelheid van de transitie hebben. Voor een echte duurzame energietransitie is de maatschappij niet gebaat bij paniekvoetbal. Nederland heeft een duidelijk plan nodig dat uitgevoerd kan worden en dat we met een stabiele basis ook kunnen blijven uitvoeren. Voor dat plan hebben we degelijke beleidsinstrumenten, infrastructuur en haalbare doelen nodig. De ontwikkeling van waterstof loopt op dit moment niet vast op de technische haalbaarheid van de projecten. Commerciële risico’s die door het gebrek aan ondersteuning optreden of onzekerheid omdat een nieuwe technologie ongewenst is verklaard, brengen veel projecten in een status van afwachting. Ondertussen wordt er wel alweer gesproken over hogere doelstellingen.

Deel dit bericht

Scroll naar top